Sylvie Zijlmans & Hewald Jongenelis / ‘Basisschool De Vuurtoren, Scheveningen’ / 2003

Zijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - team 5 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - team 4 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - team 3 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - team 2 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - team 1 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - 013 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - 007-B 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - 018 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - 012 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - 030 1024PXZijlmans & Jongenelis - 2003 - De Vuurtoren - 031 1024PX

Een grote prijzenkast met daar bovenop een man met een knipperend hoofd. Het hoofd van de man knippert rood van schaamte, trots of inspanning of een mix van allemaal. Wie zal het zeggen? De prijzenkast, of eigenlijk een mooie in aluminium gegoten prijzenplank, is vanaf de straat te zien. Hij wordt ’s avonds verlicht. De installatie geeft iedereen die voorbij komt een kijkje in de prestaties van de leerlingen van de school. Ook onderdeel van het kunstwerk van Zijlmans & Jongenelis voor Christelijke basisschool De Vuurtoren is een serie van vijf samengestelde groepsfoto’s van kinderen die geselecteerd zijn op verschillende uiterlijke kenmerken. Dezelfde haardracht, verschillende tinten huidskleur, houding en meer was doorslaggevend voor het samenstellen van de verschillende teams.

Een school heeft als taak leerlingen te onderrichten in allerlei vakken, maar daarnaast is het een ontmoetingsplaats van kinderen met kinderen en kinderen met volwassenen. In die context zijn allerlei patronenen en ‘regels’ te ontdekken. Wie ben jij in die structuur? En hoe houd je je staande als individu? Identiteit en competitie zijn belangrijke elementen. Word je als eerste of als laatste gekozen voor het team bij gym? En welke kenmerken zijn dan doorslaggevend? Ben je populair of niet? En waar hangt dat vanaf? De samengestelde portretten belichten dit onderdeel van de schooljungle. Zijlmans & Jongenelis portretteerden alle leerlingen en leerkrachten van de school in een staande of knielende houding en kozen hieruit de portretten voor de gemonteerde beelden. Kom je in de foto, ben je onderdeel van het team? En waarop ben je dan geselecteerd? Vragen die de beelden onmiddellijk oproepen. De beelden zijn geheimzinnig, omdat je echt moet nadenken over de rode draad in de groep. Zijlmans & Jongenelis maken met de foto’s iedereen duidelijk dat ‘ongeschreven’ regels bestaan, maar ook dat deze vaak belachelijk, relatief en naar je hand te zetten zijn. De prijzenkast staat juist voor de gezamenlijke inspanningen. Samen sleep je ze in de wacht, voor de eer van de school, van je klas, van je groepje. Je laat iedereen daarbuiten zien dat je als team kunt opereren en daarin succesvol kunt zijn. En dát mag ook iedereen weten. (tekst: Femke Lutgerink 2011)

Sylvie Zijlmans / ‘the Stocholm Syndrome’ / 2001 / polystyrene/fluorescent lights/cibachrome print

Het beeld “Stochholm Syndrome” bestaat uit een grote nogal ruw uit wit polystyreen geconstrueerde 2 meter hoge mansfiguur die enige tl-armaturen op zijn rug meetorst waar een levensgrote transparante fotografische afbeelding van een rennende man met flessen schoonmiddelen in zijn handen tegenaan leunt. De foto van de rennende man met de flessen is een beeld dat ‘uit de wereld genomen is’ terwijl de witte polystyreen man ‘in de wereld gezet is’. De rennende man rent werkelijk en de kunstenaar heeft daar een afbeelding van genomen. De witte man is uit betekenisloze blokken polystyreen en met vormloos montageschuim als een Golem in elkaar gezet. De kunstenaar heeft genomen en heeft gegeven met als resultaat een beeld waarbij de omgang met de wereld en representatie ervan in het kunstwerk tot twee bijna haaks op elkaar staande formele benaderingen aanleiding geeft. Nemen en geven, kleur en kleurloos, massief en transparant, grof en gedetailleerd, plat en volumineus, op een groot aantal punten zijn de twee delen van het beeld elkaars tegenpool. En zoals altijd voelen tegenpolen zich tot elkaar aangetrokken en kunnen ze niet zonder elkaar: de transparante man heeft de witte man nodig om tegenaan te leunen en om zichtbaar te worden. Op het moment dat de full-colour man zichtbaar is lijkt hij aan zijn witte compaan te willen ontsnappen. Tegelijkertijd vormt de witte een potentieel projectiescherm voor de transparante. De witte is ongedefinieerd en wil door de transparante aangevuld worden.

Het Stockholm Syndrome is een naam voor een verschijnsel dat tot het menselijk potentieel behoort en dat onder bepaalde omstandigheden met een vaste ‘incubatietijd’ tot definitieve veranderingen leidt. In een situatie die als levensbedreigend ervaren wordt en waarbij die dreiging veroozaakt wordt door een macht die niet bestreden kan worden zal de bedreigde zich zodanig met de wensen van de overheerser gaan bezighouden dat al na enkele dagen zich een definitieve omslag voltrekt waarbij ook voor de bedreigde het vervullen van de wensen van de overheerser de hoogste prioriteit krijgt. Het verschijnsel is vooral zichtbaar in gijzelijngssituaties en dankt zijn naam aan een gijzeling in Stockholm waarbij de gegijzelden niet bevrijd wilden worden en na hun bevrijding een inzamelingsaktie organiseerden ten bate van de juridische verdediging van de gijzelnemers.

Het beeld is geen syndroom. Het beeld is geen illustratie van het Stockhol Syndrome. De afgebeelde mannen voeren geen toneelstuk op waarin het duidelijk is welke rol elk van hen voor zijn rekening neemt. De titel van het beeld beschrijft het niet: we kijken niet naar het Stockhol Syndrome. Zijlmans geeft met de titel een aanwijzing hoe de tegenstrijdigheden in het beeld geïnterpreteerd kunnen worden. Het is in dat opzicht een beeld dat een lofzang is op de uitzonderlijke mogelijkheden van het menselijk arsenaal.
stockholm-syndrome-neon-sign

Sylvie Zijlmans / ‘Swines and Sheep’ / mixed media / 1999

Sylvie Zijlmans: “The projection of two eyes on two lamps originated from a plan for a show where I wanted to project a pig in trouble, but the space was too light. So I decided to put even more light on now and then, and in the end, to project directly into the light as the ultimate consequence of using the coincidende and incorporating the stubbornness of the outside world. Depending on where you stand, the eyes look at you, and try to involve you into their awkward situation.”

Sylvie Zijlmans laat ons met ‘Swines and sheep’ geloven dat de twee grote witte gloeilampen ogen zijn die spiedend in het rond kijken en verstoort die illusie keer op keer door de gloeilampen aan te laten gaan. De lampen brengen licht in de duisternis en maken de wereld zichtbaar, maar tegelijkertijd wordt je ook door de lampen bekeken. De spiedend ogen zijn onweerstaanbaar om naar te kijken, het licht dat ze zo nu en dan verspreiden is elke keer een onaangename verassing. De ogen zien ook nog iets anders: zo nu en dan zijn er beelden van iemand die enige dieren achterna zit. Het is Sylvie Zijlmans zelf die probeert een paar schapen te pakken te krijgen.